‘de Knoop’ 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Staalconstructie op het land en in het water door André Volten, 1996

alias ‘de Knoop’

 

                           hier sta ik

                           stalen stilte

                           schepen praaien

                           mijn voeten

                           half in het land

                           sta ik doodstil

 

Gevraagd door Volten, schreef dichter Bert Schierbeek (1918-1996) vlak voor zijn dood bovenstaand gedicht over het beeld.

(met dank aan Michiel Schierbeek)

 

 

 

 

 

 


 

André Volten over het beeld:

 

''Ik houd niet van symbolische voorstellingen. Mijn beelden hebben ook nooit een naam. Natuurlijk laat ik me wel inspireren door de omgeving, maar dan toch meer in ruimtelijke zin. Deze imposante weidsheid dwingt je met iets groots te komen, je moet hier echt wat laten zien. En als je er betekenis in wilt zien, achteraf heb ik wel bedacht dat mensen zich zouden kunnen identificeren met een stellingname: het is een teken aan de grens van Amsterdam-Noord en de rest van de wereld, twee pijlers - één in het water en één op de grond, de twee schakels die elkaar omarmen, dat is toch een stukje verbondenheid van Noord en de andere kant van het IJ.''

''Ik zie het ook als een eerbetoon aan mij voor het te laat is. Sinds 1950 woon ik hier, ik kan ook echt zeggen dat ik hier hoor, met Noord verstrengeld ben. Maar in het hele stadsdeel staat niets van mij. Dus als je Volten toch nog met Noord wilt verbinden, dan is het nu of nooit. En: dan moet het ook wel wat wezen.''

 

''Vorig jaar werd, naar aanleiding van mijn zeventigste verjaardag, een stichting opgericht: de Stichting Volten 70 jaar - Amsterdam-Noord. Daarin zitten veel bedrijven, mijn buren op het industrieterrein. Goed, deze buurt, het industriegebied Buiksloterham, is onlangs opgeknapt, geherstructureerd, zeg maar. Het stadsdeel wilde ter afsluiting van de eerste fase graag een beeld van mij, maar het budget was natuurlijk volstrekt niet toereikend voor de sculptuur en de afmetingen die mij voor ogen stonden. En vervolgens is dus de stichting de boer op gegaan. Die mensen hebben zich echt het vuur uit de sloffen gelopen; bedelen bij culturele instellingen van plaatselijke en landelijke overheden en vooral: aankloppen bij grote bedrijven in Noord.''

 

 

 

 

 

 

In zijn bovenhuis (beneden heeft hij zijn bescheiden machinekamer) staat, temidden van ontelbaar veel metalen objecten, van messing tot marmer en van roestvrij staal tot hout, een prachtig schaalmodel van zijn laatste beeld.

''Aanvankelijk dacht ik dat het heel goedkoop kon; gewoon twee grote poten en die zet ik daar dan neer. Dat bleek dus lang niet zo simpel. Op de plaats die ik had uitgekozen, eigenlijk de enige geschikte plek aan het water, is de bodem ontzettend drassig. Het onderzoek van de Grontmij leerde dat we vijftien meter door de blubber zouden moeten heien voor we op vaste zandgrond zouden zitten. Extra probleem was dat daar een dijklichaam ligt, en dat dijklichaam is ook gefundeerd. Daar mag je dus niet doorheen, want als je dat evenwicht verstoort en de boel gaat afkalven, ben je nog verder van huis. Dus moesten we het land naar het water brengen. Kortom, de kosten liepen steeds hoger op. En het wonder wat toen geschiedde: de stichting vond zo geweldig veel respons, in geld, goederen en diensten - het heien, en het hijsen. Het leek allemaal zo veelbelovend, dat we de sprong maar hebben gewaagd.''

 

''Dat leuke ideetje van mij bleek bijna niet te verwezenlijken. We moesten uitwijken naar een bedrijf in Duitsland dat bereid was te proberen acht kwart cirkels van roestvrij staal te maken, maar ook daar hadden ze geen ervaring met die maten. Je moet weten, roestvrij staal is zeer weerbarstig, en moeilijk te bewerken.''

''Het is uiteindelijk met veel pijn en moeite en ontzettend veel zorgen gelukt. De Noord Amsterdamse Machinefabriek, waarmee ik altijd samenwerk, moest het vervolgens aan elkaar lassen, wat ook bijna ondoenlijk was. Ten slotte moesten, nadat het beeld zaterdag was geplaatst, duikers van de brandweer de paal onder water met bouten en moeren vastzetten.''

 

(vier citaten uit: ‘Verstrengeld met Noord’, het Parool 21-5-1996)

 

 

 

 

 

 

 


 

André Volten (1925-2002)

 

Schilder vanaf 1946, beeldhouwer vanaf 1953. Volten maakt zich de techniek eigen op de scheepswerf van de Nederlandse Dok- en Scheepsbouwmaatschappij in Noord (NDSM). Van 1954 tot 1957 werkte hij daar als lasser, maar als er tijd was ging hij voor zichzelf experimenteren op de scheepswerf. Volten vestigde zich in 1950 in het industriegebied Buiksloterham, aan de Asterdwarsweg, waar hij tot zijn dood woonde en werkte.

 

Volten ontwikkelde zich in de jaren vijftig van een abstracte schilder tot een beeldhouwer, die gebruik maakte van geometrische vormen om tot constructivistische sculpturen te komen. Revolutionair, zeker voor Nederland, was Voltens vroege gebruik van ’niet-kunstzinnige’ industriële producten zoals ijzeren profielbalken, waaruit hij fragmenten sneed die hij tot open grote constructies laste.

 

Hij behoorde in 1954 tot de oprichters van de Liga Nieuwe Beelden dat als doel had, door samenwerking tussen beeldend kunstenaars en architecten, te komen tot een verbetering van de kwaliteit van het leven. André Volten heeft veel kunstwerken in de openbare ruimte gerealiseerd, hij droeg met zijn werk in belangrijke mate bij aan de integratie van beeldende kunst in de gebouwde omgeving. Voor zijn werk kreeg hij in 1996 de Oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

 

Begin 2002 kreeg André de opdracht om een beeld te vervaardigen ter gelegenheid van het huwelijk tussen Prins Willem-Alexander en Máxima voor de tuin van het echtpaar. Dit beeld is niet meer klaargekomen, hij overleed september 2002.

 

 

 

 

 

 

 


 

Distelweg

 

Foto’s: februari 2006, september 2010

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

Buitenbeelden in Amsterdam Noord

 

André Volten in Amsterdam