Keverschilden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Imker door Jan Fabre, 1998-1999

 

Fabre citeert Brueghels voorstelling van imkers (ca 1568) in de grote monnikachtige sculpturen. Het omhulsel van schilden is de jas, de pels en de huid als bescherming voor het lichaam. Uitspraak van Fabre, zich ook wel noemende ‘de keizer van het plagiaat’: “Bosch en Breughel zijn mijn helden. Ik steel nog steeds van ze.”

 

Fabre in 1995 toen in het Stedelijk Museum Amsterdam diverse kevermantels opgehangen waren: “Deze beelden, hoog aan de muren gehangen, noem ik engelen, boodschappers van de dood. Van binnen zijn ze hol, lichaamsloos, zoals ook de dode kevers binnenin hun pantsers rotten en leeg worden.“

 

Twee imkers hangen als doodsengelen boven vier veldslagen:

 

 

                           Slagvelden

 

 

 

Waterloo, 1998

 

 

 

De slag van de heilige scarabee, 1998

                               

 

 

In geuren en kleuren

 

Het werken met de dekschilden van kevervleugels noemt Jan Fabre schilderen met licht. De schildjes zijn opgebouwd uit chitine-lamelletjes die het licht reflecteren met iriserend effect. Toen begin deze eeuw het MuHKA een paar kevermantels exposeerde, meurde de glanzende kunstwerken indringend, maar werden mede daarom niet vergeten.

 

Fabre in 1995: “De penetrante geur die hier in de zalen hangt, wordt veroorzaakt door het middel waarmee ze geprepareerd zijn.”

De geur is inmiddels geen onderdeel meer van het werk, in het Kröller-Müller is er geen geur-sensatie, Fabre heeft de techniek inmiddels beter onder de knie.

 

Fabre: “Keverschild is een geweldig materiaal. De juweelkever, de scarabee, heeft een uitwendig skelet, wij een inwendig skelet. Dat exoskelet is gemaakt van chitine, het is een van de hardste en lichtste materialen ter wereld. Ik krijg de schilden van universiteiten en restaurants. Net als bij mosselen de schelpen worden bij het eten van kevers de schilden weggegooid. Voor het plafond en de kroonluchter in de spiegelzaal van het paleis in Brussel waren er anderhalf miljoen nodig.”

 

 

 

 

 

 

Het leven neemt bezit

 

Maar conservering blijft een probleem. Het Stedelijk Museum Amsterdam pakte na een bruikleen een keverwerk van Fabre uit de kist en constateerde dat het ongelooflijk stonk. Witte larven kropen over het werk. Blijkbaar hadden insecten tijdens de tentoonstelling eitjes gelegd op het voor hen grootse snoepgoed. Het museum heeft het kunstwerk een gasbehandeling gegeven en stukje voor stukje ook in de magnetron ‘gekookt’.

 

Eind mei 2011 wordt bericht dat het kunstwerk “The Globe’ in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel moet worden behandeld tegen ongedierte: “De wereldbol die bekleed is met blauwgroene schildjes van kevers was een broedplaats voor motten. Het KMSK heeft het kunstwerk "The globe" van Jan Fabre hermetisch afgesloten met een plastic omkapseling. Het levend ongedierte in het kunstwerk wordt verdelgd, omdat gevreesd wordt  dat andere kunstwerken in het museum worden aangetast.”

 

 

 

 

 

 

 


 

Jan Fabre (1958. B)

 

Wikipedia

 

 

Tentoonstelling Hortus/Corpus, 10 april – 4 september 2011

 

Jan Fabre heeft aan de tentoonstelling de namen hortus (tuin) en corpus (lichaam) meegegeven. Fabre: “De tuin als een (mijn) lichaam, het lichaam als een tuin, de binnenkant wordt een buitenkant en de buitenkant een binnenkant. HortusCorpus is hokuspokus, de catechismus van mijn magie”. Fabre is begaan met het leven in zijn algemeenheid en is gefascineerd door de cyclus van leven en dood en verwonderd over het functioneren van het lichaam. Het corpus is onderwerp van onderzoek voor de kunstenaar, hij stelt o.a. de vraag ‘is the brain the most sexy part of the body?

 

De man die …

 

In de meeste kunstwerken is het conterfeitsel van Fabre te ontwaren, maar de alom aanwezigheid van zijn verschijning maakt het toch onpersoonlijk, alsof het om een acteur gaat in steeds wisselende rollen. De kunstenaar is gedoemd zichzelf te herhalen vindt Fabre. Niet alleen reproduceert of spiegelt Fabre zich voortdurend in zijn beelden, veel van die werken zijn ook spiegelend, en daarmee zelf weer herhalend, repeterend. Zoals de spiegelneuronen in het brein, dat sexy onderdeel, ook hun omgeving spiegelen. En door dat spiegelen begrijpen wij elkaar, is er compassie en empathie.

 

 

 

                                          

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Museum Kröller Müller,  Otterlo, de Hoge Veluwe:   Wikipedia

 

Foto’s:  mei 2011

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

SStartpagina tentoonstelling Fabre 2011 in het Kröller Müller