|
Zeemeermin
Zeemeermin door Leo Braat, 1940
Zon, licht en ook nog water De speelvijver in het Beatrixpark had in 1940 de vorm van een acht, twee enigszins in elkaar geschoven cirkels. Er lagen stapstenen in het water en de watersculptuur van Leo Braat stond op de rand. Stedenbouwkundige Jakoba (Ko) Mulder, in de wandelgangen ‘juffrouw Mulder’, had het bedacht. Ze was een fervent voorstander van dergelijke speelplekken: “Wat is voor ieder kind heerlijker te bedenken: zon en licht en dan ook nog water."
1958 (Foto: Beeldbank Amsterdam) Rond en overzichtelijk In 1958 moest een deel van het Beatrixpark, inclusief speelvijver, plaats meken voor de Nieuwe RAI. Aldo van Eyck tekende voor het ontwerp van de nieuwe, huidige, speelvijver met ligweide. Het bad is rond en dat vindt de toezichthouder overzichtelijker, de peuters kunnen zo beter in het oog worden gehouden. De beeldengroep, de zeemeermin geflankeerd door twee vissen, is meeverhuist. De meermin houdt een grote zeeslak-schelp vast waar (drink)water uit stroomt als de luchttemperatuur boven de twintig graden komt. Vandalen In 1985 sloegen vandalen toe, het beeld werd beklad en daarom afgevoerd. Acht jaar later werd het kunstwerk teruggevonden op een gemeentewerf, één vis was verdwenen. In overleg met de erven van de beeldhouwer is de vis nagemaakt en sindsdien staat het drietal weer op de rand van het pierebad. Leo Braat (1908
– 1982) Braat is vooral bekend gebleven als publicist. Voor de oorlog werkte hij als beeldhouwer in steen, na de oorlog overwegend in hout vanwege tbc. Zijn oeuvre bestaat voornamelijk uit kleinplastiek.
Geen miezerig mannetje Bij zijn overlijden schreef Jos Haagmans in de ‘Waarheid’ o.a.: Een citaat van C.J. Kelk: “… een grote gestalte met een groot hoofd, een grote mond en grote ogen, iemand die voor het vaderland weg en tamelijk luid aan iedereen vertelt wat hij heeft meegemaakt en zich zelden geneert, (…) want Braat is nu eenmaal de geboren tegenhanger van een miezerig mannetje”. “Geen miezerig mannetje”, “een van de laatste vertegenwoordigers van de bohemien-kunstenaars”, “een verzetsman van nature uit, altijd geneigd de tegenovergestelde kleur aan te nemen”, “een man van uitersten”, “een pathetisch mens”. Karakterschetsen, ook van anderen en uitspraken over zichzelf. Het heeft allemaal iets waars. Braat was een beweeglijk man, iemand die bezetenheid miste zich op een ding te richten. Iemand die niet koos tussen zijn beeldende kunst en zijn schrijvende kunst. Zijn beeldend werk was aanvankelijk neo-classistisch. “Dat was een keurslijf”, zei hij in een interview. “In mijn atelier stond ik mij te vervelen, te geeuwen. Pas op oudere leeftijd heb ik mijzelf als beeldhouwer gevonden.” Later was zijn werk expressionistisch, afgewisseld met non-figuratieve perioden.
Beatrixpark Foto’s: april 2010 Startpagina Buitenbeeldinbeeld Buitenbeelden in
Amsterdam ZuiderAmstel |