Anne Frank

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anne Frank door Mari Andriessen, 1977

 

Het beeldje is op initiatief van Chris Blom, de uitgever van het Achterhuis, gemaakt. Toen hij stopte als uitgever heeft hij het samen met vrienden en collega’s aangeboden aan de stad Amsterdam.

 

 

Liefst zou ik het houden !

 

Het beeldje van Anne Frank aan de voet van de Westertoren is een van de laatste beelden van Mari Andriessen, die grote faam verwierf met zijn verzetsbeelden. Hij was 80 jaar toen hij dit beeld voltooide.

 

Het beeldje van Anne Frank toont een tenger, broos, kwetsbaar meisje van ongeveer tien jaar. Andriessen is er voor zijn doen lang mee bezig geweest. Hij maakte eerst een zittend beeldje, later staand. “Ik zwoeg en ik tob aan het Anne Frankbeeldje” schreef hij een vriend. Uiteindelijk was hij tevreden. “Het is eigenlijk de eerste keer dat ik, als zo’n beeldje weggaat, niet denk: Goddank, weg ermee. Liefst zou ik het houden!” Het beeldje werd op 14 maart 1977 door burgemeester Samkalden onthuld.

 

(citaten uit ‘Twee beelden van Anne Frank’ door Joost de Jong in ‘Ons Amsterdam’, mei 2010)

 

 


 

Anne Frank  (1929-1945)

 

www.annefrank.nl                                    

                                                                                  

 

                                                                                     ansichtkaart

 

 


 

Mari Andriessen (1897–1979)

 

Andriessen studeerde aan de Haarlemse School voor Kunstnijverheid van 1912 tot 1916 en vervolgde zijn opleiding op de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam (1917-1923). Hij voltooide zijn studie op de Akademie der Bildende Kunst in München waarna hij zich definitief in Haarlem vestigde.

 

Door zijn vriend en collega-beeldhouwer Frits van Hall kwam hij in een literaire kring terecht waarvan o.a. Godfried Bomans, Lodewijk van Deyssel, C.J. Kelk, Adriaan Roland Holst en Jan Slauerhof deel uitmaakten. Ook met zijn collega's Hildo Krop en John Raedeker onderhield hij door zijn lidmaatschap van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (1925) vriendschappelijke banden.

 

In de begintijd van zijn carrière kreeg hij door zijn katholieke afkomst opdrachten van kerken en woningbouwverenigingen voor het maken van beelden met bijbelse onderwerpen en gevelstenen. Veel leverde dit evenwel niet op; de familie leefde in armoede. Maar zijn bekendheid groeide waardoor er ook van buiten de rooms katholieke kring opdrachten kwamen. Rond 1930 kon hij zijn gezin van de opbrengsten van zijn kunst onderhouden.

 

In de oorlogsjaren 1940-1945 weigerde Andriessen een afstammingsverklaring te tekenen waardoor hij verstoken bleef van officiële opdrachten. Zijn vriend Van Hall kwam in een Duits concentratiekamp om; Andriessen koos voor het ondergrondse verzet. Na de oorlog ontstond grote vraag naar herdenkingsmonumenten. Andriessen werd de meest gevraagde kunstenaar voor oorlogs- en verzetsmonumenten. Zijn scheppingen staan over heel Nederland verspreid met als hoogtepunt "De Dokwerker"op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam (1952, brons) dat herinnert aan de stakingen tegen de deportatie van joden in februari 1942.

 

Zijn roem breidde zich uit. Opdrachten voor grote monumenten ter ere van gedenkwaardige landgenoten volgden. Ir. C. Lely op de Afsluitdijk (1953, brons), Albert Plesman in Den Haag (1958, brons). Ondanks vernieuwingen in de beeldhouwkunst bleef Andriessen werken in de stijl waarin hij het beste was: heldere beeldopbouw en herkenbaarheid van zijn onderwerpen. Andriessen werd in 1956 geëerd met de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1940-1945. Sinds 1967 ontving hij van het Rijk een jaarlijks eregeld. Hij stierf op 82 jarige leeftijd.

 

 


 

Westermarkt, plein voor de Westerkerk

 

Foto: juli 2006

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

Buitenbeelden in Amsterdam Centrum

 

Monumenten in Amsterdam: WO II